column

De novelle ‘De zwaarden Ghrian en Gealach’ heb ik af en ik zocht proeflezers. Ik dacht dat proeflezers vinden, lastig zou zijn. Het viel reuze mee. Sterker, ik heb een aantal mensen moeten bedanken voor hun aanbod, omdat ik vier proeflezers ruim voldoende vond. Ik hoop op kritische reacties. Met zulk commentaar ben ik blij, want daar wordt het verhaal beter van.

Van de eerste twee was de hoofdlijn: ‘je moet sommige situaties meer uitwerken. Dat erken ik. Ik heb het verhaal in mijn hoofd zitten en denk dan dat een, twee zinnen voldoende zijn. Dat is soms zo, maar vaak ook niet. Je moet de lezer meenemen in het verhaal; dat vraagt soms meer uitwerking. Ik heb al een aantal situaties gezien die ik inderdaad moet verdiepen.

De tijd rond Oud en Nieuw blijft toch een periode van tradities, die per land verschillen. Neem de Zweedse geit. De Zweedse gigantische geit van stro, de Gävlebocken uit Gävle, heeft zoals vaker in de afgelopen tientallen jaren het nieuwe jaar niet gehaald. Kijk, zulke onzinfeitjes interesseren me mateloos. Dit keer was het geen brand (38 keer in de afgelopen 66 jaar), maar de storm Johannes die de geit om zeep hielp. En het beest van stro werd nog wel zo goed bewaakt. Camera’s, bewakers en een dubbele omheining moesten brandstichters afschrikken. Volgend jaar moeten ze ook aan een drone denken, lijkt me.

Ooit bracht de geit de cadeautjes rond, zoals bij ons Sinterklaas. Tegenwoordig schijnt een kerstkabouter het te doen. Dat is nog altijd beter dan die na-aper van Sinterklaas: de dikke kerstman.

Deel dit artikel