Bloesem is elk jaar opnieuw een blijde boodschap. Vooral in Japan trekt het altijd veer kijkers.

Ik hou het bescheiden bij pruimenbloesem.

De pruimenboom staat er al drie jaar. Nog nooit een bloemetje gezien. En nu … een inhaalslag. Daarom de volgende haiku:

Veel witte bloesem

Jantje ziet al pruimen hang …

Zo snel gaat het niet

Jantje zag eens pruimen hangen is een bekend versje van de achttiende-eeuwse kinderdichter Hieronymus van Alphen. In het gedichtje, dat eigenlijk De pruimeboom heet, wordt beschreven hoe een jongen genaamd Jantje zich verzet tegen de verleiding om zonder toestemming pruimen te plukken. Die braafheid wordt beloond.

Het gedicht luidt:

Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eieren zo groot.
’t Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader ’t hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen,
Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan ’t schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.

Deel dit artikel