
Er is schoonheid in de Nijmeegse bruggen
Ik kom uit Delft, stad van grachten en bruggen, gelegen aan het kanaal. Mijn favoriete brug was de tonronde brug op de hoek van het Oosteinde en de Gasthuislaan.
Ik zal 14 of 15 zijn. De truc was om zo hard mogelijk de brug op te fietsen. Dan… op de top… een ruk aan je stuur en voor 1,2 of 3 seconden vloog je; prachtig. Heerlijk dat gevoel van zweven. Ach, zoals onze oosterburen zeggen “Das war damals.”
In Delft woon ik niet meer, springen over wat dan ook zit er niet meer in, hard fietsen kan ik alleen nog elektrisch en zelfs dan fiets ik niet hard.
Nu wonen we in Nijmegen, stad aan de Waal. Nijmegen heeft geen grachten, hooguit een paar viaducten. Bruggen heeft Nijmegen wel. En wat voor bruggen, er zit schoonheid in de Nijmeegse bruggen.
Die bruggen hebben iets bijzonders, ze zijn geen van allen oud. De spoorbrug is de oudste, van 1878. Dat is niet oud, Nijmegen is tenslotte ongeveer 2.000 oud.
Ooit, rond 150-200 hebben de Romeinen een brug gebouwd, ongeveer op de plek van de spoorbrug. Tja, het Romeinse Rijk ging ten onder. De brug ook, waarschijnlijk ergens na 400-500.
Nijmegen is een stad van heuvels en van bruggen. De spoorbrug is ouder dan de Waalbrug, dat telt niet. Schoonheid is waar het om draait. Niet langer wordt de schoonheid van de spoorbrug met drie bogen geaccentueerd door de avondzon. Het is nu een brug van na de oorlog met één boog. Hij is stoer en functioneel, daar is niets mis mee. Schoonheid zie ik niet, ik zie twee rommelig aan elkaar geplakte bogen van spoorbrug en Snelbinder.
De Waalbrug is een stoere brug, vergis je niet: in de Waalbrug is schoonheid. Je moet niet alleen kijken, je moet zien. Je ziet een brede rivier met daarboven de brug, hoog in de lucht. Magistraal is het beeld als de zon de ochtendstralen door de grote boog werpt. De bogen, zowel boven als beneden, verzachten de strakke lijn van de verbinding. Die verzachting zie je in de peilers van de verlengde Waalbrug. De Waalbrug is zwaar van staal, licht van beeld.
Nijmegen groeit, Nijmegen bouwt. Decennia lang zuidwaarts, met de rug naar de Waal. De Waalkade is het symbool voor die rug naar de rivier: het is een barrière. Een barrière die veel breder is dan de fysieke afstand aangeeft, een barrière van weg en asfaltvlakte langs het water. Een weg, waar het 30 km-gebod voor automobilisten een goed bedoeld advies is, was. Gelukkig is de Waalkade verdwenen, hij is getransformeerd in de Waalboulevard.
Het nieuwe millennium brengt verandering. Tja, na de bijna dijkdoorbraken in 1993 en 1995 schrikt Den Haag wakker: stel je voor dat West-Nederland onderloopt! Niet vanuit zee, onze oude watervijand, nee vanuit de rivieren. Als een dolkstoot in de rug. Even was iedereen vergeten dat Nederland een rivierdelta is. Den Haag wil ruimte voor de rivier; Nijmegen wil de Waalsprong. Nederland, polderland, de wensen vallen samen. De ruimte voor de rivier brengt een nevengeul naast de Waal, als een spiegel. Inderdaad, de Spiegelwaal.
Geef een reactie