de vliegende holander

De Vliegende Hollander 2

Met een lege beurs liep Jacobus Janszoons de loopplank op van ‘De Lijster’, het gloednieuwe schip waarop hij aangemonsterd had voor de vaart naar Oost-Indië. Zijn lege beurs kwam deze keer niet door de drank. De VOC-kamer Rotterdam betaalde matig en voor eetgerei, extra kleding, aanvullend voedsel, hangmat, slaapzak en gereedschap moest hij zelf zorgen. Onderweg zou hij erop moeten letten dat ze zijn kist niet leegplunderden. Wat hij aan voorschot over had, gaf hij aan zijn vrouw bij het afscheid.

Hij was een van de eersten en daar had hij een bedoeling mee. Die was hem ingefluisterd door een oude zeeman. De officier, die de slaaplekken toewees, gaf hij twee duiten. ‘Vooronder bij de deur,’ fluisterde Jacobus. Het was daar laag, maar de plek kreeg een beetje frisse lucht en het was droog.

Een van de andere zeelui vroeg: ‘Wat ga je in de oost doen, als we er, God behoede ons, aankomen?’

‘Daar ga ik mijn beurs goed vullen. Ik monster in Kalimantan af en ga het binnenland in, op zoek naar diamanten. De specerijen laat ik met rust. De VOC heeft het monopolie. Daar kom je niet tussen. Ik hou het op diamanten, die zijn makkelijk mee te smokkelen. Iedereen mag wat handeltjes in de kist meenemen om wat extra’s te verdienen. Misschien moet ik de bootsman omkopen, maar dat is geen probleem. Met een zak vol edelstenen koop ik een groot huis in Delft en geef ik mijn kinderen een toekomst.’

Bij het passeren van de evenaar werd hij ontgroend door de bootsman, verkleed als de zeegod Neptunus. Ingesmeerd met de ontlasting van die dag en het vuil van het schip, gooiden ze hem uiteindelijk aan een touw overboord. Schoon hesen ze hem op. Nu was hij een volwaardig zeeman.

De Lijster naderde Kaap de Goede Hoop; het gefluister aan boord nam toe. De kaap was een lastig punt in de zeereis, vol bloedstollende verhalen. Zou het nieuwe schip de Kaap kunnen ronden of met man en muis vergaan? De avond viel; gezongen werd er niet meer aan boord.

De stuurman hield met een strak gezicht het schip in de wind. Naast hem stonden de opperkoopman en de schipper. De konstabel, de hoogbootsman en de schieman voegden zich bij hem. Bij het avondeten had de schipper de wapens aan hen uitgedeeld met de woorden: ‘De Heren Zeventien hebben strikte orders uitgedeeld. Deze reis moet goed gaan. Zeker vanavond bewaken we de orde en zorgen we voor discipline.’

(Wordt vervolgd)

Wil je meer van me lezen? Mijn boeken vind je bij Ambilicious en Kobo. Bij Kobo-plus zelfs gratis. Ben je nieuwsgierig naar mijn volgende boeken? Wil je weten wanneer er een boek verschijnt? Stuur me (wimaf25wag@gmail.com) je mailadres achter en ik hou je op de hoogte.

Deel dit artikel