
Eelco was niet normaal, dat wist hij sinds zijn twaalfde. De eerste keer dat hij het merkte, was tijdens een ruzie met zijn beste vriend, Jean Souris. Iedereen had ruzie met vrienden, hij dus ook.
‘Donder op!’ schreeuwde hij en … Lees verder

Eelco was niet normaal, dat wist hij sinds zijn twaalfde. De eerste keer dat hij het merkte, was tijdens een ruzie met zijn beste vriend, Jean Souris. Iedereen had ruzie met vrienden, hij dus ook.
‘Donder op!’ schreeuwde hij en … Lees verder
Flaptekst

Eelco Bruinvis, zevende zoon van een zevende zoon, verliest zijn beide ouders en laat het van baantje naar baantje lummelen achter zich. Hij kiest ervoor zijn magische krachten te ontwikkelen. Het plan om magiër te worden lijkt in duigen … Lees verder
De zoektocht van Gio, Gael gedeelte 8
Mijn geest brandde in mijn hoofd op zoek naar verlossing, verkrampend van de eeuwigdurende pijn. Met het binnendringen van de amulet in mijn hart overstegen mijn doodskreten het gezang van zijn volk. Mijn … Lees verder

Ik wilde dit allemaal niet horen. De monotone toon van zijn stem dwong, ik kon me er niet voor afsluiten.
“De druïden laten met hun bloed hun leven in mijn pentagram stromen. De brandstapels sturen hun zwarte rook naar mijn … Lees verder

De lijnen van het pentagram waren iets verdiept en tien cm breed. In het verlengde van elke sterpunt stond een brandstapel, vijf in totaal. Nu begreep ik die vijfentwintig mannen. Voor elke stapel stond een van mijn aanvoerders. De anderen … Lees verder

De man die naar binnen schreed was gekleed in mijn blauwe en purpere kleding. Mijn paleis kende hij. Kende hij ook mijn vrouwen? Het was alsof hij mijn gedachten las.
“Ja, je paleis met al het levende is van mij. … Lees verder

De weg was de hoofdweg door mijn koninkrijk. Ex-koninkrijk, verbeterde ik mezelf. Langs de kant van de weg stonden of lagen hier en daar groepjes vrouwen en meisjes van mijn volk. Ik zag geen mannelijke wezens ouder dan acht jaar. … Lees verder

Mijn schildmuur aarzelde. “In formatie blijven” gilden Brendan en ik. Dat lukte tot vanuit kleine tweewielige wagentjes de vijand keien in onze gelederen slingerden. Dat slingerwapen kenden wij niet. De keien zaaiden dood en verderf onder mijn mannen. Dit … Lees verder

Volgens de berichten van onze spionnen lag voor ons de laatste vallei voor we het vijandelijke leger troffen. Die informatie klopte. Ze wachten ons op in drie afdelingen. Het aantal ruiters maakte me ongerust, zoveel paarden bracht ik niet op … Lees verder

Nieuwe kennis kwam niet tot me. Tot de avond viel en ik de bloedmaan zag. Mijn geschiedenis spoelde in een klap over me heen en mijn naam was Cael.
“Heer koning, u dient de druïden bij elkaar te roepen. De … Lees verder
Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén