valentijn

Het meisje en de popgroep

Er was eens een meisje dat min of meer hoorde bij een beroemde popgroep. Dat meisje, inmiddels vrouw, poetste nu vloeren. Wat moest ze anders? Door een blessure lagen haar dansjaren achter haar, zingen in het achtergrondkoor voor die beroemde popgroep was verleden tijd sinds de band ermee gestopt was. Een opleiding had ze niet en dus maakte ze kantoren schoon. Het was eerlijk werk en ze kon ervan leven. Met weemoed dacht Ebbe terug aan haar wilde jaren in de groep mooie, jonge mensen. Ze deden alles samen: wonen, koken, eten, dansen, zingen en stuivertje wisselen tussen de lakens. Het waren de jaren dat ze lichtvoetig door het leven zweefde.

Hun hoogtepunt was het optreden tijdens dat openluchtconcert. Het nummer kende ze uit haar hoofd en al schrobbend zong Ebbe, er was toch niemand in de buurt, ‘you’re the dancing queen, young and sweet, only seventeen.’ Ze was achttien toen en de hele commune was verliefd op Agnetha, Björn, Anni-Frid of Benny.  Dat werd natuurlijk niets. Zij was op Benny. Niet dat hij haar zag staan, maar toch was er altijd dat sprankje hoop.

Ze duwde haar schoonmaaktrolley een stukje verder, terwijl ze zong ‘you can dance, you can jive, having the time of your live.’ Ach, dat zalige gevoel van verliefdheid kwam nooit meer terug.

‘Je zingt een nummer van mij, leuk,’ zei de man in het voorbijgaan. Ze bevroor. Het was Benny, tien jaar ouder, maar dat was zij ook. Ze realiseerde zich dat voor haar nooit glazen muiltjes of een pompoenkoets in het verschiet lagen. Haar restte niets anders dan verder poetsen.

‘Jij bent toch Ebbe van de achtergrondgroep?’ Ze was zo in gedachten over die glazen muiltjes dat ze niet in de gaten had dat Benny teruggelopen was.

‘Ja en jij bent Benny.’ Erg zinnig klonk het niet, maar ze reageerde tenminste.

‘Heb je zin in een kop koffie?’

Ebbe knikte.

‘Kom mee, laat die kar maar staan. Dat regel ik wel met je baas.’

Na de koffie volgde een glaasje wijn. Het gesprek liep goed. Ondanks zijn beroemdheid voelde ze zich op haar gemak bij hem. Bijna verslikte ze zich in de wijn toen hij zei: ‘Wist je dat ik altijd een beetje verliefd op je was?’

Het duurde even voor ze durfde te zeggen dat zij ook verliefd op hem was.

Benny zwaaide ongeduldig naar de ober, wees op het geld op de tafel en trok Ebbe aan de hand mee. Aan haar voeten zaten glazen muiltjes.

‘Sletje, wakker worden.’

Zoals altijd klonk het ‘sletje’ liefkozend. Haar wakker schudden, vond ze minder prettig. Het was zo’n fijne droom, zo een uit een sprookje.

‘Het is jouw beurt om de kinderen naar school te rijden. Kom, opschieten.’ Met die woorden verliet Hugo de slaapkamer om haar de kans te geven zich haastig aan te kleden. Hugo was haar laatste stuivertje tussen de lakens. Dat smaakte naar meer en het stuivertje bleek voor hen beiden een gouden dukaat te zijn.

Vrij snel kwamen de kinderen Björn, Agnetha, Anni-Frid en Benny. Nu woonden ze net buiten de stad. Hugo had een bio boerderij en zij werkte in de stad in een muziekhandel. Het leven was een sprookje.

Wil je meer van me lezen? Mijn boeken vind je bij Ambilicious en Kobo. Bij Kobo-plus zelfs gratis. Ben je nieuwsgierig naar mijn volgende boeken? Wil je weten wanneer er een boek verschijnt? Stuur me (wimaf25wag@gmail.com) je mailadres achter en ik hou je op de hoogte.

Deel dit artikel